Niet vanzelfsprekend

Niet vanzelfsprekend

Ik kan het olievlekkenpatroon van de grijze linoleum nog zo voor de geest halen. Ook de wat stoffige geur van de ruimte en de rij waar we in stonden. Verlegen als ik was (ja, echt waar dat was ik), keek ik liever naar de grond dan naar de anderen die ook in de rij stonden. Blij met die warme hand om de mijne hoopte ik dan dat ze alleen mijn vader zagen.

Ik kende het daar. Van dorpsfeesten, bruiloften, kerkvieringen, begrafenissen en de koffie met cake erna. Ik kende het van schoolavonden en de dorpsbraderie als het regende. Ik kende het van de ontvangst van Sinterklaas. De steile trap achter het podium die we beklommen tijdens schoolvoorstellingen en het zware felrode velours gordijn dat voor het podium langs viel, spraken nog ernstig tot mijn verbeelding. Ze verschenen zelfs in mijn dromen. Echte en toekomstdromen: ik wilde beroemd worden. Iedereen had hier zijn eigen herinneringen: feestelijke en verdrietige. Het centrum van het dorp: Concordia.

De rij schuifelde stukje bij beetje voort. Voorbij de drie achter een tafeltje. Hartelijke begroetingen want niemand was onbekend in het dorp waar ik opgroeide. De stemmen van de wachtenden zoemden door de ruimte.
Bijna aan de beurt. Eerst langs de tafel. Ook mijn vader werd hartelijk begroet. De meester van de MAVO en zijn dochter. Ik kende niemand van achter het tafeltje, al vonden zij blijkbaar van wel. Net als in de kerk. Daar zat ik dan ook het liefst tussen de muur en mijn vader. Gelukkig hoefde ik niet al te vaak mee.
De rij schoof nog verder op. Tot de hokjes die me deden denken aan mijn poppenkastkraam. Een geraamte met gordijntjes. Binnen een wit plankje en een rood potlood aan een koord. Mijn vader wees op op de rijen rondjes op een groot papier. Allemaal namen erachter. Hij koos een naam, kleurde het rondje ervoor rood en vouwde het papier zorgvuldig dicht. Meerdere vouwen.
Ik mocht het in de bus gooien. Ik voelde dat het belangrijk was. Mijn vaders hand stevig om de mijne en ik durfde nu wel iedereen aan te kijken, want mijn vader vond me groot, want ik mocht het zo netjes gevouwen papier in de bus doen.

Toen wist ik dus al hoe belangrijk een stem is. Ook nu vind ik dat nog steeds. Stemmen is een recht dat niet vanzelfsprekend is, ook al vinden schijnbaar velen van wel. Die gaan niet stemmen deze woensdag. Die slaan over. Met verschillende redenen. Geen enkele reden kan mij overtuigen om niet te gaan.

Stemrecht bestaat dit jaar 97 jaar, voor mannen dan, vrouwen mochten 2 jaar later ook zelf het potlood hanteren.
Dit recht om te kiezen, ik koester het. Nu ben ik degene die kinderen meeneemt. Al mogen ze niet meer mee het stemhokje in. Ik vertel ze wat ik doe en waarom, leg ze uit dat er nog steeds landen zijn waar geen stemrecht is, dat je als je daar zou wonen je niet je eigen keus mag maken. Dat er ook nog landen zijn waar de vrouw geen kiesrecht heeft laat ik nog maar even achterwege.

Ik hoop op een hoge opkomst. Mij maakt het dan niet uit WAT je stemt maar DAT je stemt (dat is gelogen, ik hoop dat je wijs stemt, maar dan nog, jij kiest, het is jouw stem, dat maakt het zo mooi!). Stem om te vieren dat wij in een land leven waar dat kan.

Ik ga 19 maart. Jij gaat toch!?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *